4 uitdagingen voor bouw en constructie: een terugblik op onze ronde tafel

Verschillende spelers uit de bouw- en constructiewereld kwamen tijdens de Ronde Tafel op dinsdag 10 december samen. Thema? De uitdagingen rond digitalisering en samenwerking waar de sector samen voor staat. Een verscheidenheid aan meningen maakte deze dag enorm interessant. Sommige spelers waren goed op weg met de digitale transformatie, anderen konden er hun prangende vragen kwijt.

Er werden onderwerpen zoals BIM, data en digitale transformatie aangehaald. Stuk voor stuk onderwerpen die de sector bezighoudt. Hieronder delen we graag meer informatie rond de aan bod gekomen topics.

1. Is een standaardisering van BIM nodig?

Het start al met de definitie van BIM. Er werd tijdens de Ronde Tafel beslist om het te houden op “Building Information Modeling” (ipv Building Information Management). BIM wordt alsmaar meer vermeld in de bouw en omvat digitale bouwmodellen, waar geometrie en informatie aan elkaar gekoppeld worden. In verhouding met andere landen is het in België echter minder ingeburgerd.

Een BIM-file wordt door verschillende partijen zowel binnen als buiten het bedrijf gelezen en gebruikt. Dit brengt duidelijk enkele problemen met zich mee want tot op heden bestaat er in België nog geen algemene standaard voor het gebruik van BIM. Zo haalden enkele spelers aan dat die BIM-modellen een andere opbouw hebben naargelang de partij die ze gebruiken. Met andere woorden elke partij maakt zijn eigen BIM-model aan, wat meer tijd opslorpt dan nodig.

De meeste aanwezigen willen het BIM-model gestandaardiseerd zien. Een uniforme aanpak garandeert een efficiënte samenwerking en spaart tijd uit voor alle betrokkenen. Tegelijkertijd is er een garantie dat alle informatie beschikbaar is voor de verzameling van spelers van een bepaald project. Een andere groep staat niet helemaal achter deze aanpak. Zo zou de BIM-file van leveranciers soms vol staan met parameters die overbodig zijn voor een bepaald project, waardoor dit de file eerder vervuilt met onnodige informatie.

Someone speaking at Ronde Tafel

2. Hoe begin je aan digitale transformatie?

Verder kwam het onderwerp ‘digitale transformatie’ aan bod, meer bepaald met de vraag hoe je er best aan begint. Ook hier verschilden de meningen. Zo kan je bottom up werken, door eerst de werkvloer mee te krijgen. Dit kan onder andere door quick wins te zoeken en de werknemers te laten zien welke positieve impact dit kan hebben. Ook het klein beginnen en groot eindigen bleek hier het motto te zijn. Anderen zien het liever top down gebeuren, waarbij je eerst het managementteam overtuigt om zo via werkgroepen de werknemers te overhalen.

“Digitale transformatie bestaat voor 20% uit technologie en voor 80% uit psychologie.”

De conclusie: een digitale transformatie bestaat voor 20% uit technologie en voor 80% uit psychologie (de mensen overtuigen om hierin mee te gaan). Over één ding was iedereen het eens: de processen in je bedrijf moeten duidelijk omschreven zijn. Zonder een duidelijk overzicht van de verscheidene processen in je bedrijf, kan je niet over tot digitale transformatie. Technologie blijft slechts een tool. Het is bijgevolg geen verloren moeite om de processen in kaart te brengen, dit staat los van het implementatietraject.

3. De zoektocht naar de geschikte oplossing

Nadat je de processen in je bedrijf hebt omkaderd, kan je beginnen aan je zoektocht naar de juiste tool. Volgens sommigen is het moeilijk om een oplossing te vinden die perfect aansluit bij je processen. Daarom geldt de volgende regel: Indien de tool voor 80% aansluit bij je processen, dan ga je voor die andere 20% de processen aanpassen en niet de tool. Deze aanpak komt gedeeltelijk voort uit het feit dat het beter is om tools in de cloud te standaardiseren. Wanneer de tool updates krijgt, bestaat immers de kans dat het gepersonaliseerd gedeelte van de tool moet worden bijgestuurd.

4. Hoe ga je om met data in je bedrijf?

Ook de term ‘data’ kwam vaak terug tijdens de Ronde Tafel. Data blijkt soms vervuild en onbetrouwbaar te zijn. Het is moeilijk om de werknemers te overtuigen van het belang van data, en specifieker het belang van data-input. Dit is soms een vervelende en ‘bijkomende’ klus. Om mensen te overtuigen kan je ze vragen om zelf rapporten te maken. Zo zien ze met eigen ogen wanneer er een fout in de data zit en ervaren ze zelf hoe dit verhindert om verdere beslissingen te nemen of stappen te ondernemen.